Sinds april 2025 is Harm lid van de cliëntenraad van Coöperatie Dichtbij. Met zijn jarenlange ervaring in de zorg en zijn betrokkenheid bij cliënten wil hij bijdragen aan sterke medezeggenschap en een goede verbinding met de achterban. “De rode draad in mijn carrière is dat cliënten die zorg ontvangen gehoord moeten worden.”
Een leven lang betrokken bij de zorg
Harm is 67 jaar, woont in de stad Groningen, is getrouwd en vader van drie kinderen en opa van vier kleinkinderen. Na een lange loopbaan in de zorg ging hij anderhalf jaar geleden met vervroegd pensioen. Toch wilde hij actief blijven.
In zijn werkzame leven was hij onder andere cliëntondersteuner bij Zorgbelang Groningen. Daar hielp hij mensen hun weg te vinden binnen het zorglandschap. Daarnaast was hij vertrouwenspersoon voor WIJ Groningen en klachtenfunctionaris voor twee zorginstellingen. “Ik heb veel ervaring met het ondersteunen van cliënten in de langdurige zorg en met het luisteren naar hun verhaal,” vertelt hij.
De stap naar de cliëntenraad
Het idee om zich aan te sluiten bij de cliëntenraad van Dichtbij ontstond niet zomaar. Harm had jaren geleden al eens kennisgemaakt met de organisatie. “Ongeveer zes jaar geleden had ik vanuit Zorgbelang een afspraak bij Dichtbij. Toen hoorde ik het verhaal en de visie van de coöperatie, en dat bleef hangen.” Toen hij met pensioen ging, besloot hij contact op te nemen met de cliëntenraad. “Ik wilde graag nog iets blijven doen. Het gesprek dat ik daarna had met cliëntenraadsleden Kuin en Brigitte was heel prettig en open. Dat gaf meteen een goed gevoel.”
Een warme omgeving
Wat Harm vooral aanspreekt in Dichtbij, is de gedeelde visie op zorg. “Het idee dat de cliënt zoveel mogelijk de regie houdt over zijn of haar eigen zorg, dat vind ik heel belangrijk. Net als zorg op maat willen blijven leveren. Dat kwam ook duidelijk naar voren in de gesprekken die ik had.”
Hij omschrijft de coöperatie als een warme omgeving. “De coöperatie voelt als een warm bad. Je merkt dat medezeggenschap en eigen regie hier centraal staan.”
Verbinding met de achterban
Sinds zijn start in april 2025 is Harm samen met zijn collega’s bezig met het versterken van het contact tussen de cliëntenraad en de achterban. “Voor mij staat daarin één vraag centraal: hoe zorgen we dat cliënten daadwerkelijk gehoord worden? Vanwege de coöperatievorm is direct contact met cliënten best een uitdaging. Leden voeren de zorg uit, de coöperatie staat dus wat meer op afstand.” legt hij uit.
Om die reden is de cliëntenraad gestart met het opzoeken van cliëntenraden van leden. Er is een brief verstuurd met een uitnodiging om kennis te maken en ervaringen uit te wisselen. Inmiddels staan er meerdere gesprekken gepland. “We hebben een aantal vragen geformuleerd als kapstok voor die gesprekken. Bijvoorbeeld: hoe geef je vorm aan medezeggenschap? En hoe kunnen we signalen en ervaringen met elkaar delen? Tegelijk onderzoeken we hoe medezeggenschap is geregeld bij leden waar geen cliëntenraad is.”
Samenwerking en openheid
De samenwerking binnen de cliëntenraad ervaart Harm als positief. “We voeren onderling open gesprekken. Soms kunnen die ook pittig zijn, want je wilt natuurlijk resultaten boeken.” Ook de samenwerking met het bestuur en de raad van toezicht verloopt volgens hem goed. “Ik heb daar een prettig gevoel bij. Ik zit hier op mijn plek.”
De komende tijd wil hij zich verder verdiepen in de organisatie en de mensen die er werken. “Ik wil de coöperatie en de mensen daarachter nog beter leren kennen.”
Een boodschap aan cliënten
Tot slot wil Harm cliënten meegeven dat zij altijd bij de cliëntenraad terechtkunnen. “Als je vragen hebt over je eigen regie in de zorg, advies wilt geven over verbeteringen of een ervaring wilt delen, kun je bij ons aankloppen.” De cliëntenraad neemt elk signaal serieus. “We luisteren graag, zodat we direct horen wat er speelt en we nog gerichter de coöperatie kunnen adviseren.”
